Amerikaans vuilbroed melden: zo doe je het
Laatst bijgewerkt:
Amerikaans vuilbroed, de kleine kastkever en de tropilaelapsmijt moet je melden bij de NVWA. Dat doe je via het Landelijk meldpunt dierziekten, in overleg met de bijengezondheidscoördinator van je imkersvereniging. Tot de diagnose verplaats je geen bijen of producten. Bij Amerikaans vuilbroed stelt de NVWA een beperkingsgebied in van 3 kilometer. Varroa hoef je niet te melden.
Een paar bijenziekten zijn zo schadelijk dat je ze moet melden bij de NVWA (Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit). Die meldplicht geldt voor iedere imker, ook met één volk in de tuin. De ziekten staan op de Europese lijst van dierziekten in uitvoeringsverordening (EU) 2018/1882. Hieronder lees je hoe je een melding doet en wat er daarna gebeurt.
Welke bijenziekten moet je melden?
| Ziekte of plaag | Bij wie | Komt het voor in Nederland? | Melden? |
|---|---|---|---|
| Amerikaans vuilbroed (een bacterieziekte van het broed) | bijen | Komt regelmatig voor | ja |
| Kleine kastkever (Aethina tumida) | bijen en hommels | Nog niet aangetroffen; wel in Zuid-Europa | ja |
| Tropilaelapsmijtziekte (Tropilaelaps spp.) | bijen | Nog niet aangetroffen in de EU; wel aan de oostgrenzen | ja |
| Varroamijtziekte (varroa) | bijen | gevestigd in Nederland | nee |
De NVWA noemt deze ziekten ook ‘aangifteplichtige ziekten’. Varroa staat ook op de officiële lijst, maar je hoeft het in Nederland niet te melden omdat de mijt hier al is gevestigd. Exporteer je bijen naar een van de gebieden in de EU waar varroa nog niet voorkomt, dan moeten je bijen vrij zijn van de mijt.
Sterven er plotseling veel bijen en denk je aan bestrijdingsmiddelen in de buurt? Dat is geen meldplichtige ziekte, maar je kunt het wel bij de NVWA melden. Zie de NVWA-pagina bijensterfte door bestrijdingsmiddelen.
Hoe herken je Amerikaans vuilbroed?
De belangrijkste kenmerken zijn:
- Het broedraam is onregelmatig gevuld, met veel open cellen.
- De deksels van gesloten broedcellen zijn vaak ingezonken.
- De cellen zijn gevuld met draderig materiaal dat soms naar lijm ruikt.
- Aangetaste larven worden donkerbruin en zitten vastgeplakt in de cel.
Bij de kleine kastkever stinkt het bij de kast naar vergiste honing en zijn de raten verlaten, met weinig honing. Bij de tropilaelapsmijt zijn vleugels, poten en achterlijf misvormd, is het broed onregelmatig en gaan veel bijen dood.
Plotselinge sterfte kan ook andere oorzaken hebben, zoals kou, een behandeling of bestrijdingsmiddelen. De NVWA verwijst voor hulp bij het herkennen naar de factsheet van Wageningen University & Research en naar ervaren imkers bij je lokale vereniging van de NBV (Nederlandse Bijenhouders Vereniging) of Imkers Nederland.
Zo meld je een vermoeden van Amerikaans vuilbroed
- Houd alles op je standplaats. Tot de diagnose bekend is: je verplaatst geen bijen of producten, je laat geen andere imkers toe op je standplaats en bezoekt zelf geen standplaatsen van anderen, en je gebruikt je imkermateriaal niet bij andere volken.
- Neem contact op met de bijengezondheidscoördinator. Dat is de bijengezondheidscoördinator van je imkersvereniging (NBV of Imkers Nederland) of de Werkgroep Diagnose en Bijengezondheid in je provincie. Zij helpen bij het melden en bestrijden.
- Meld het bij de NVWA. Bel het Landelijk meldpunt dierziekten: 045 546 31 88. Je doet dat in overleg met de bijengezondheidscoördinator. Het nummer en de meldprocedure staan op de NVWA-pagina over ziekten en plagen bij bijen en in de Meldwijzer Dierziekten van de NVWA.
- Stuur monsters op. Een laboratorium moet vaststellen of het echt om de ziekte gaat. Dat onderzoek doet het Nationaal Referentie Laboratorium bijenziekten. Als imker stuur je de monsters zelf op. De bijengezondheidscoördinator legt uit hoe.
Dezelfde meldroute geldt voor de kleine kastkever en de tropilaelapsmijt.
Wat gebeurt er na je melding?
- Je bestrijdt de ziekte zelf. De bijengezondheidscoördinator ondersteunt je en is er verantwoordelijk voor dat de bestrijding goed gebeurt.
- Er komt een beperkingsgebied. Bij Amerikaans vuilbroed stelt de NVWA uit voorzorg een beperkingsgebied in met een straal van 3 kilometer rond de standplaats. Binnen dat gebied mogen geen bijen worden vervoerd, ook niet die van andere imkers.
- Andere standplaatsen worden gecontroleerd. De bijengezondheidscoördinator controleert alle andere standplaatsen in het gebied. De NVWA krijgt een overzicht van de resultaten.
- Het gebied gaat weer open. Is de ziekte op jouw standplaats bestreden en zijn er geen nieuwe besmettingen gevonden, dan geeft de NVWA het gebied weer vrij.
Voor Amerikaans vuilbroed bestaat een draaiboek waarin staat wat jij en de bijengezondheidscoördinator moeten doen. De NVWA verwijst ernaar op haar pagina. Het draaiboek en de uitleg van Wageningen University & Research beschrijven deze aanpak:
- Volken met zichtbare verschijnselen worden gedood en met hun raten verbrand.
- De andere volken op de standplaats worden gesaneerd: alle raten worden verbrand en de bijen komen op nieuwe raten in schone kasten.
- Antibiotica gebruiken tegen Amerikaans vuilbroed is in Nederland verboden.
- 4 weken na de ruiming en schoonmaak worden de volken opnieuw volledig gecontroleerd.
Het UBN van je winterstandplaats helpt om na te gaan met welke andere volken je bijen contact kunnen hebben gehad. Daarom is je bijenvolk registreren verplicht.
Wat kost het en hoe lang duurt het?
De officiële bronnen noemen geen kosten voor de melding zelf, en ook geen vergoeding voor gedode volken of vernietigd materiaal. Hoe lang een beperkingsgebied duurt, hangt af van de bestrijding: de NVWA geeft het gebied vrij zodra de ziekte bestreden is en er geen nieuwe besmettingen zijn. Er is geen vaste termijn voor. Omdat de volken pas 4 weken na de schoonmaak opnieuw worden gecontroleerd, duurt het in elk geval zo lang.
Diergeneesmiddelen bijhouden
Behandel je je bijen, bijvoorbeeld tegen varroa? Dan moet je in een logboek bijhouden welke diergeneesmiddelen je gebruikt, ook als ze vrij verkrijgbaar zijn. Je noteert onder meer de startdatum, de naam van het middel, de hoeveelheid, welke volken het kregen, de verkoper en de wachttijd tot het slingeren van de honing. Je bewaart de gegevens 5 jaar. Je mag alleen diergeneesmiddelen gebruiken die in Nederland zijn toegelaten, en gebruik je ze zoals in de bijsluiter staat.
Veelgemaakte fouten en misverstanden
- ‘Varroa is meldplichtig.’ Op de Europese lijst staat varroa wel, maar in Nederland hoef je het niet te melden.
- ‘Eerst zelf behandelen, dan melden.’ Bij een vermoeden van een meldplichtige ziekte houd je alles op de standplaats en meld je het. Pas na de diagnose volgt de bestrijding, met de bijengezondheidscoördinator.
- ‘De vereniging meldt het voor mij.’ De meldplicht ligt bij jou als imker. De bijengezondheidscoördinator helpt, maar de melding doe je in overleg met de coördinator.
- ‘Europees vuilbroed moet ook gemeld worden.’ Europees vuilbroed staat niet in de lijst met meldplichtige ziekten op de NVWA-pagina en ook niet in de bijenziekten van verordening 2018/1882.
Meer over dierziekten en crisismaatregelen bij alle hobbydieren staat op dierziekten bij hobbydieren. Een overzicht van wat je als imker regelt, staat op bijen houden.
We controleren de regels en leggen uit wat ze voor je betekenen. Voor advies over jouw situatie kun je terecht bij je dierenarts, je gemeente of een deskundig adviseur.
Veelgestelde vragen
Welke bijenziekten zijn meldplichtig?
Voor bijen: Amerikaans vuilbroed, de kleine kastkever en de tropilaelapsmijtziekte. Voor hommels: de kleine kastkever. Dat staat op de NVWA-pagina over ziekten en plagen bij bijen en hommels.
Waar meld je Amerikaans vuilbroed?
Bij het Landelijk meldpunt dierziekten van de NVWA, telefonisch. Je doet dat in overleg met de bijengezondheidscoördinator van je imkersvereniging (NBV of Imkers Nederland).
Moet je varroa melden?
Nee. Varroamijtziekte is officieel ook aangifteplichtig, maar in Nederland hoef je het niet te melden, omdat de varroamijt al in Nederland is gevestigd. Alleen als je bijen exporteert naar een gebied in de EU zonder varroa, moeten je bijen vrij zijn van de mijt.
Wat gebeurt er als je bijen Amerikaans vuilbroed hebben?
Eerst bevestigt een laboratorium de diagnose; je stuurt zelf monsters op. Je bestrijdt de ziekte zelf, met steun van de bijengezondheidscoördinator. De NVWA stelt een beperkingsgebied in waarin geen bijen vervoerd mogen worden, en geeft het weer vrij als de ziekte bestreden is.
Is de kleine kastkever al in Nederland?
Op de datum boven deze pagina is de kleine kastkever nog niet in Nederland aangetroffen, wel in Zuid-Europa. De tropilaelapsmijt is nog niet in de Europese Unie aangetroffen, wel aan de oostgrenzen ervan.