Besluit houders van dieren: wat eist de wet van huisvesting en verzorging?
Laatst bijgewerkt:
De Wet dieren verplicht iedereen om goed voor dieren te zorgen. Het Besluit houders van dieren werkt dat uit: je dier krijgt genoeg ruimte, goed voer en water, verse lucht, een hygiënisch verblijf en bescherming tegen slecht weer, en wordt verzorgd door iemand met de nodige kennis. Een ziek dier verzorg je meteen. Zie je verwaarlozing, bel dan 144.
Wat eist de Wet dieren van iedereen?
De Wet dieren is de basis. Een paar artikelen gelden voor iedereen die met dieren te maken heeft, dus ook voor hobbyhouders:
- Algemene zorgplicht (artikel 1.4). Iedereen moet goed voor dieren zorgen. Weet je, of kun je redelijkerwijs vermoeden, dat wat je doet of nalaat nadelig is voor een dier, dan laat je dat na of neem je maatregelen om de gevolgen te voorkomen of te beperken.
- Dierenmishandeling (artikel 2.1). Het is verboden om zonder redelijk doel bij een dier pijn of letsel te veroorzaken, of de gezondheid of het welzijn van het dier te benadelen. Ook moet iedereen een hulpbehoevend dier de nodige zorg geven.
- Verzorging (artikel 2.2). Als houder moet je je dieren de verzorging geven die ze nodig hebben.
De wet erkent ook de intrinsieke waarde van het dier, als wezen met gevoel (artikel 1.3). Bij het maken van regels houdt de overheid daar rekening mee.
Wat eist het Besluit houders van dieren?
Het Besluit houders van dieren (de landelijke regels voor het houden en verzorgen van dieren) werkt de wet uit. De algemene regels over houden en verzorgen (artikelen 1.6 tot en met 1.8) gelden voor zoogdieren, reptielen, amfibieën, vogels en vissen. Dus ook voor je kippen, schapen, paarden, konijnen en andere hobbydieren.
Houden (artikel 1.6):
- De bewegingsvrijheid van een dier wordt niet zo beperkt dat het onnodig lijdt of letsel krijgt.
- Een dier krijgt voldoende ruimte voor zijn lichamelijke en gedragsbehoeften.
- Een dier dat niet in een gebouw leeft, krijgt bescherming tegen slecht weer, gezondheidsrisico’s en zo nodig roofdieren.
- Houd je een dier in een gebouw of kooi, dan zorg je dat het niet kan ontsnappen.
Verzorgen (artikel 1.7). De houder zorgt ervoor dat een dier:
- wordt verzorgd door iemand met de nodige kennis en vaardigheden;
- alleen wordt toevertrouwd aan iemand die de verzorging aankan;
- meteen goed wordt verzorgd als het ziek of gewond lijkt;
- een geschikt en schoon verblijf heeft;
- genoeg gezond voer krijgt dat past bij soort en leeftijd;
- genoeg water van goede kwaliteit heeft;
- genoeg verse lucht krijgt.
Het verblijf (artikel 1.8). In het verblijf moeten licht en donker aansluiten bij de behoeften van het dier. Het verblijf en de vloer zijn zo gebouwd en onderhouden dat het dier zich niet kan verwonden, zonder scherpe randen of uitsteeksels. De materialen zijn niet schadelijk en zijn makkelijk schoon te maken en te ontsmetten.
De algemene regels schrijven geen vaste oppervlakte of een bepaald type hok voor elk hobbydier voor. Voor een paar hobbydieren gelden meestal ook geen aanvullende minimumafmetingen; zie hieronder bij hoofdstuk 2. Bespreek met je dierenarts hoe je je dieren voldoende ruimte en beschutting biedt.
Euthanasie (artikelen 1.9 tot en met 1.14). Voor dieren die niet worden gehouden voor wat de wet ‘de bedrijfsmatige productie van dierlijke producten’ noemt, gelden bijzondere regels. Ganzen, honden en katten mogen dan alleen worden gedood in de gevallen die het Besluit noemt. De Wet dieren zegt dat ook de zoogdieren van de huisdierenlijst zo moeten worden aangewezen, maar het Besluit doet dat nog niet. Dat mag bijvoorbeeld als een dierenarts vaststelt dat het in het belang van het dier is, of om ondraaglijk lijden te beëindigen. Bij het doden van zoogdieren en vogels moet vermijdbare pijn, spanning en lijden worden voorkomen. Degene die dit doet, moet aantoonbaar de nodige kennis en vaardigheden hebben. Bij euthanasie krijgt het dier zo nodig eerst een kalmerend middel en daarna een overdosis van een verdovingsmiddel, bij voorkeur met één injectie in een ader. Dat middel mag alleen een dierenarts toedienen. Vraag je dierenarts vooraf wat euthanasie kost.
Gelden de extra regels van hoofdstuk 2 ook voor jou?
Hoofdstuk 2 van het Besluit bevat extra regels voor dieren die volgens de wet worden gehouden ‘met het oog op de productie van producten, afkomstig van die dieren of voor andere landbouwdoeleinden’. Daarin staan onder meer:
- algemene regels voor deze dieren, zoals dagelijkse controle als het welzijn afhangt van frequente verzorging, en een dierenarts raadplegen als de zorg niet helpt;
- aparte paragrafen voor varkens, kalveren, pluimvee (zoals vleeskuikens en legkippen), konijnen, schapen en geiten.
Of hoofdstuk 2 voor jou geldt, hangt af van het doel waarmee je de dieren houdt, niet van de vraag of je er geld mee verdient. Volgens de toelichting bij het Besluit is ‘het oogmerk waarvoor de dieren worden gebruikt bepalend’. Houd je je dieren alleen voor gezelschap, dan gelden de algemene regels hierboven.
Een aantal regels uit hoofdstuk 2 noemt zelf voor wie ze gelden. Daardoor vallen de meeste afmetingseisen voor een paar hobbydieren weg:
- Kippen. De regels voor legkippen gelden niet als je minder dan 350 legkippen houdt.
- Schapen en geiten. De paragraaf voor schapen en geiten bevat geen eisen aan de oppervlakte. De regels die er wel in staan, zoals voor houders die schapen of geiten houden voor de bedrijfsmatige productie van melk, noemen zelf voor wie ze gelden.
- Varkens. De varkensparagraaf, met eisen aan de oppervlakte, gaat over een varken dat ‘kennelijk wordt gehouden voor de fokkerij of voor de mesterij’. Voor een varken dat je als gezelschapsdier houdt, gelden volgens de minister geen specifieke eisen, alleen de algemene eisen aan het houden, de verzorging en de huisvesting.
Wie houdt toezicht en wat gebeurt er bij overtreding?
- Meld je zorgen bij 144. Via telefoonnummer 144 (Red een Dier) meld je dierenmishandeling of verwaarlozing. De Landelijke Inspectiedienst Dierenwelzijn (LID), de NVWA of de politie behandelt de melding. Zij werken waar nodig samen.
- Boete. De NVWA kan een boete opleggen als eigenaren van hobbydieren de regels overtreden.
- Houdverbod. Bij dierenmishandeling kan de rechter een houdverbod opleggen; bij ernstige mishandeling zelfs levenslang.
Kippen
Voor kippen gelden de algemene regels: ruimte, beschutting, voer, water, een schoon hok en bescherming tegen roofdieren als ze buiten lopen. Hoofdstuk 2 van het Besluit heeft ook aparte regels voor legkippen en vleeskuikens. Lees meer op kippen houden.
Eenden en ganzen
Voor eenden en ganzen gelden dezelfde algemene regels. De wet schrijft geen vijver voor. De Europese voedselveiligheidsautoriteit EFSA adviseert wel open water waarin de dieren minstens hun kop kunnen onderdompelen, en liefst ook kunnen baden. Voor ganzen geldt de bijzondere regel voor euthanasie hierboven. Zie eenden en ganzen houden.
Schapen
Staan je schapen buiten, dan eist het Besluit bescherming tegen slecht weer en gezondheidsrisico’s. Meer op schapen houden.
Geiten
Ook voor geiten gelden de algemene regels over ruimte, beschutting en verzorging. Meer op geiten houden.
Koeien
Voor koeien gelden de algemene regels: voldoende ruimte, bescherming tegen slecht weer als ze buiten staan, geschikt voer en genoeg water. Runderen zijn kuddedieren en hebben contact met soortgenoten nodig; houd een koe daarom niet alleen. Hoofdstuk 2 heeft een aparte paragraaf voor kalveren. Lees meer over wat koeien nodig hebben.
Varkens
Hoofdstuk 2 van het Besluit heeft een uitgebreide paragraaf over varkens. Voor een hobbyvarken gelden in ieder geval de algemene regels over houden en verzorgen (artikelen 1.6 tot en met 1.8). Lees meer op varken houden.
Paarden en ezels
Je paard moet ten minste dagelijks andere paarden of pony’s kunnen zien; fysiek contact is wenselijk. Het heeft elke dag vrije beweging nodig, en lang aanbinden mag niet. Je mag de staart niet couperen; ook andere lichamelijke ingrepen zijn verboden. Ezels zijn kuddedieren: houd ze met minstens twee. Hun vacht is niet waterdicht, dus ze hebben een droge stal nodig. Lees meer over wat paarden nodig hebben en ezel houden.
Alpaca’s
Voor alpaca’s staat in het Besluit geen aparte paragraaf. De algemene regels over houden, verzorgen en het verblijf gelden wel. Zie alpaca houden.
Herten
Ook voor herten staat in het Besluit geen aparte paragraaf voor hobbyhouders; de algemene regels gelden. Hoe je de ruimte en zorg voor herten invult, staat niet in de Nederlandse regels. Zie herten houden.
Konijnen
De paragraaf over konijnen in hoofdstuk 2 geldt voor bedrijfsmatig gehouden konijnen. Voor konijnen die je als huisdier houdt, gelden de algemene regels. Daarnaast mag een jong konijn pas op een leeftijd van 6 weken van zijn moeder worden gescheiden. Blijft het jong tot die leeftijd op de plek waar het geboren is, dan mag dat eerder (artikelen 1.19 en 1.20). En de wet verbiedt fokken met gezelschapsdieren op een manier die het welzijn of de gezondheid van het ouderdier of de jongen schaadt (artikel 3.4). Lees meer over konijnen houden in de tuin.
Bijen
De algemene regels over houden en verzorgen (artikelen 1.6 tot en met 1.8) gelden niet voor insecten, op één na: als je dieren in een gebouw of kooi houdt, moet je zorgen dat ze niet kunnen ontsnappen. De algemene zorgplicht uit de Wet dieren geldt wel. Zie bijen houden.
Veelgemaakte fouten en misverstanden
- “Voor hobbydieren gelden geen welzijnsregels.” De Wet dieren en de algemene regels van het Besluit gelden voor iedereen die dieren houdt.
- “De huis- en hobbydierenlijst gaat over alle dieren.” Nee, die lijst gaat over zoogdieren die je als huis- of hobbydier mag houden. Zie de huisdierenlijst.
- De naam van de inspectiedienst. De Landelijke Inspectiedienst Dierenwelzijn (LID) is een van de diensten die meldingen via 144 behandelen.
We controleren de regels en leggen uit wat ze voor je betekenen. Voor advies over jouw situatie kun je terecht bij je dierenarts, je gemeente of een deskundig adviseur.
Veelgestelde vragen
Wat is het Besluit houders van dieren?
Het Besluit houders van dieren is een algemene maatregel van bestuur onder de Wet dieren. Het bevat de landelijke regels voor het houden en verzorgen van dieren, ook voor hobbydieren. Je vindt de tekst op wetten.overheid.nl.
Moeten schapen of geiten een schuilhok hebben?
Dieren die buiten staan, moeten beschermd zijn tegen slecht weer, gezondheidsrisico’s en zo nodig roofdieren. De wet schrijft niet precies voor hoe je dat moet doen. Overleg met je dierenarts als je twijfelt.
Gelden de extra regels van hoofdstuk 2 ook voor hobbydieren?
Hoofdstuk 2 van het Besluit gaat over dieren die volgens de wet worden gehouden ‘met het oog op de productie van producten, afkomstig van die dieren of voor andere landbouwdoeleinden’. Dat hangt af van het doel waarmee je de dieren houdt, niet van de vraag of je er geld mee verdient. Houd je ze alleen voor gezelschap, dan gelden de algemene regels. Ook als hoofdstuk 2 geldt, vallen de meeste afmetingseisen voor een paar hobbydieren weg.
Waar meld ik dierenmishandeling of verwaarlozing?
Bel 144, het meldpunt Red een Dier. De Landelijke Inspectiedienst Dierenwelzijn (LID), de NVWA of de politie behandelt de melding.
Wat gebeurt er als je de regels overtreedt?
De NVWA kan een boete opleggen als eigenaren van hobbydieren de regels overtreden. Bij dierenmishandeling kan de rechter een houdverbod opleggen.