Voor de mest van hobbydieren gelden niet altijd dezelfde regels als voor een landbouwbedrijf. Als particulier heb je minder administratieve verplichtingen, maar er zijn wel grenzen aan bemesting, uitrijden en opslag. Hieronder lees je welke landelijke en gemeentelijke regels van belang zijn.
Gelden de mestregels voor hobbyhouders?
De mestregels voor landbouwers gelden meestal niet voor particulieren. Een mestadministratie is voor particulieren meestal niet nodig. Wel gelden er onder meer bemestingsnormen voor je grond.
Of je particulier bent, hangt af van de aard en omvang van je activiteiten. Je moet kunnen uitleggen dat je ze als hobby uitvoert. Je bent in elk geval geen particulier als je bedrijfsmatig dieren houdt, dus met een gebruiks- of winstdoel. RVO noemt als voorbeelden:
- dieren fokken om te verkopen;
- producten van je dieren verkopen;
- tegen betaling dieren van iemand anders op je grond laten lopen.
Ook gras of hooi verkopen kan wijzen op een bedrijfsmatige activiteit. Er is geen maximum aantal dieren voor een particulier, met uitzondering van pluimvee, varkens en melkvee (zie hieronder).
Hoeveel mest mag je op je eigen grond gebruiken?
De grond van een particulier is voor RVO ‘overige grond’, net als een volkstuin of een sportveld. Daarvoor gelden normen per hectare. Op grasland dat je gebruikt voor diervoer, door beweiden of door het gras te maaien, mag je ten hoogste gebruiken:
| Uit dierlijke mest | Maximum |
|---|---|
| Stikstof | 170 kilo stikstof per hectare per jaar |
| Fosfaat | 90 kilo fosfaat per hectare per jaar |
Bemest je grasland alleen, zonder dat dieren erop grazen en zonder dat je het gras aan dieren voert, dan is de norm 20 kilo fosfaat per hectare.
Twee dingen zijn belangrijk:
- De mest die je dieren in de wei laten vallen, telt mee. Hoeveel mest een dier per jaar maakt, staat in tabel 4 en 6 op de pagina Tabellen mest van RVO.
- Op je eigen grond telt hobbymest als dierlijke mest. Bij afvoer valt hobbymest niet onder de regels voor dierlijke mest uit de Meststoffenwet. Voor de bemestingsnormen op natuurgrond en overige grond telt die mest wel als dierlijke mest.
Wanneer mag je mest uitrijden?
Niet altijd. RVO verwijst particulieren naar de uitrijperiodes voor dierlijke mest. Vaste mest op grasland mag je uitrijden vanaf 1 februari tot en met 31 augustus op zand- en lössgrond, en tot en met 15 september op klei- en veengrond. Voor drijfmest en bouwland gelden andere periodes. Verder geldt:
- Niet op bevroren of besneeuwde grond. Uitzondering: in een volkstuin of particuliere tuin mag je tot 160 liter per jaar vaste dierlijke mest wel gebruiken.
- Niet op grond die verzadigd is met water.
- Niet op een bufferstrook langs een sloot. Ook particulieren moeten bufferstroken aanhouden.
- Mest verdund met water uitrijden mag een particulier niet. Die vrijstelling is er alleen voor bedrijven.
Mag je mest wegbrengen of laten ophalen?
Ja. Als je hobbymest zelf wegbrengt of laat afvoeren, heb je geen relatienummer of rVDM nodig. Een rVDM is het realtime Vervoersbewijs dierlijke mest dat boeren gebruiken. Bij afvoer geldt hobbymest voor de Meststoffenwet niet als dierlijke mest. Daarom hoeft de mest bij het afvoeren niet gewogen, bemonsterd of geanalyseerd te worden.
Een administratie is meestal niet nodig. RVO raadt wel aan om de gebruikte en afgevoerde hoeveelheden zelf bij te houden. Laat je de mest vervoeren door een beroepsvervoerder, dan is een vrachtbrief nodig.
Neem je zelf mest af van een boer, bijvoorbeeld voor je weiland, dan heb je wel een relatienummer bij RVO nodig.
Mag je een mesthoop op je erf hebben?
Daarvoor kijk je naar je gemeente. In de bruidsschat van het omgevingsplan staan regels voor een mestopslag van 3 kubieke meter of meer die langer dan 2 weken blijft liggen. Deze regels gelden niet als je dieren hobbymatig bij je woning houdt. Je gemeente kan wel eigen regels hebben. Zo vraagt Goes bij een ontheffing voor dieren in de bebouwde kom om een beschrijving van “de wijze van opslag van vaste mest”. En het Burgerlijk Wetboek verbiedt onrechtmatige hinder voor de buren, zoals stank. Zie dieren houden en de gemeente.
Wanneer gelden er wel limieten op het aantal dieren?
Voor pluimvee en varkens heb je productierechten nodig als je meer houdt dan 250 pluimvee-eenheden per jaar of 3 varkenseenheden per jaar. Hoeveel dieren dat zijn, reken je uit met tabel 10 van RVO. Daarboven moet je je als bedrijf registreren. Overschrijd je deze grenzen of gebruik je te veel mest, dan overtreed je de regels. Daarop kan een boete of strafrechtelijke straf volgen. Daarvoor gelden dezelfde regels als voor landbouwers.
Wat geldt er bij een dierziekte?
- Vogelgriep. In een beperkingszone mag je geen mest of strooisel van vogels vervoeren. Zie ophokplicht en vogelgriep.
- Afrikaanse varkenspest. Bij een uitbraak geldt rond het besmette bedrijf een vervoersverbod, ook voor mest. Zie Afrikaanse varkenspest.
- Q-koorts. Extra mestregels gelden alleen voor bedrijven met meer dan 50 schapen of geiten voor melk. Zie Q-koorts bij geiten.
Veelgemaakte misverstanden
- “Hobbymest is geen dierlijke mest, dus op mijn grond mag alles.” Nee. Voor afvoer is het geen dierlijke mest, maar op je eigen grond telt het wel mee voor de normen.
- “Particulieren hoeven nooit iets te registreren.” Voor mest meestal niet. Maar houd je schapen, geiten of varkens, dan heb je wel een UBN nodig voor I&R. Zie UBN aanvragen.
- Belgische regels. In België gelden andere mestregels. Deze regels gelden in Nederland.
We controleren de regels en leggen uit wat ze voor je betekenen. Voor advies over jouw situatie kun je terecht bij je dierenarts, je gemeente of een deskundig adviseur.