Dieren adopteren: een kip, geit of ander dier overnemen
Laatst bijgewerkt:
Een dier adopteren betekent dat je een dier overneemt dat een nieuw thuis zoekt, bijvoorbeeld uit een dierenasiel of van een particulier. Kijk vooraf of je het dier mag houden, ook bij je huis, en of het gemerkt is en gezond lijkt. Voor een schaap, geit, koe, varken, paard, ezel, alpaca of hert vraag je een UBN aan bij RVO voordat het dier komt.
Wil je kippen, een geit of een ander dier, dan kun je een dier overnemen dat een nieuw thuis zoekt. Dat heet ook adopteren. Voor een dier dat je overneemt, wordt niet extra gefokt. Deze pagina gaat over een dier dat echt bij jou komt wonen. Je leest waar je zulke dieren vindt, wat je controleert voordat je een dier meeneemt en wat je regelt als het bij je is. De regels op deze pagina gelden in Nederland.
Waar vind je een dier dat een nieuw thuis zoekt?
- Een dierenasiel of opvang. Op Ik Zoek Baas staan alle dieren uit de asielen van de Dierenbescherming. De medewerkers kennen de dieren goed en kunnen inschatten of jij en het dier bij elkaar passen. De dieren zijn medisch gecontroleerd, gevaccineerd en zo nodig gecastreerd of gesteriliseerd. Er zitten geregeld kippen in de asielen, en veel konijnen.
- Een particulier die zijn dier herplaatst. Soms kunnen mensen niet meer zelf voor hun dier zorgen en zoeken ze een nieuw thuis. Dan heb je direct contact met de vorige eigenaar. Controleer wel goed of het verhaal van de aanbieder klopt. Iemand die het beste wil voor zijn dier, stelt jou ook veel vragen.
- Hennen uit een legbedrijf. Er zijn organisaties die hennen uit legbedrijven een nieuw thuis geven. De Dierenbescherming noemt dat een manier om een kip een tweede kans te geven. Bekijk vooraf de voorwaarden van de organisatie.
Volgens de Dierenbescherming draag je met een dier uit het asiel niet bij aan de illegale handel in dieren.
Wat controleer je voordat je een dier overneemt?
Mag je het dier houden?
Je mag alleen zoogdieren houden die op de huis- en hobbydierenlijst staan. Schaap, geit, varken, alpaca, lama, ezel, paard, rund en konijn staan erop. Van de herten staat alleen de Chinese waterree op de lijst; damherten en edelherten mag je houden door een vrijstelling. Voor vogels en bijen geldt deze lijst niet.
Mag het dier bij jouw huis?
Je gemeente kan regels hebben voor dieren bij je huis, in het omgevingsplan of de APV (Algemene Plaatselijke Verordening). Het verschilt per gemeente of je bijvoorbeeld kippen of hanen mag houden, en voor een hok of stal kan een vergunning nodig zijn. Zoek het op voordat je een dier overneemt. Hoe dat gaat, lees je bij dieren houden en de gemeente.
Is het dier gemerkt en geregistreerd?
Voor de meeste landbouwhuisdieren (zo heten deze dieren in de wet) moet RVO (Rijksdienst voor Ondernemend Nederland) weten waar het dier is. Ze krijgen bijvoorbeeld een oormerk of een chip. Kijk daarom vooraf of alles klopt:
- Schapen en geiten dragen 2 identificatiemiddelen.
- Runderen hebben 2 oormerken met hetzelfde levensnummer, in beide oren.
- Varkens dragen een oormerk.
- Paarden, pony’s en ezels hebben een paspoort en een chip. Kijk of het chipnummer in het dier gelijk is aan het nummer in het paspoort.
- Alpaca’s en lama’s krijgen een chip van de dierenarts voordat ze de locatie verlaten.
Vraag de vorige houder ook naar het UBN (Uniek Bedrijfsnummer, het registratienummer van RVO voor de plek waar dieren worden gehouden) van de plek waar het dier nu staat. Dat nummer heb je nodig voor je melding of je eigen administratie.
Is het dier gezond?
Een dier uit een asiel van de Dierenbescherming is medisch gecontroleerd. Neem je een dier over van een particulier, dan heeft het misschien niet alle medische zorg gehad. Reken dan op kosten voor bijvoorbeeld vaccinaties, ontwormen of castreren. Let bij een kip op of ze er gezond uitziet, bijvoorbeeld aan een schoon verenpak. Zoek ook vooraf een dierenarts die de diersoort kent. Een gewone dierenarts weet vaak te weinig van kippen, en niet elke praktijk behandelt konijnen.
Kun je het dier geven wat het nodig heeft?
Voor elk dier dat je houdt, gelden de regels van het Besluit houders van dieren, ook als je het als hobby houdt. Een dier moet genoeg ruimte hebben voor zijn natuurlijke gedrag en buiten beschermd zijn tegen slecht weer. Wie het dier verzorgt, moet daar de kennis en vaardigheden voor hebben. Een dier dat ziek of gewond lijkt, krijgt meteen passende zorg. Volgens de regering hoort bij natuurlijk gedrag ook sociaal gedrag, zoals contact met soortgenoten.
Veel dieren die je kunt overnemen, zijn sociale dieren. Houd een kip niet alleen, maar met minstens twee. Een paard helemaal alleen houden mag niet. Konijnen zijn groepsdieren en hebben een soortgenoot nodig. Wat elk dier nodig heeft, staat op de pagina van de diersoort en op dierenwelzijn.
Wat regel je als het dier bij je komt?
- Vraag een UBN aan voordat het dier komt. Voor runderen, varkens, schapen, geiten en paardachtigen heb je altijd een UBN nodig, ook als je maar één dier als hobby houdt. Dat geldt ook voor bijen, herten en kameelachtigen zoals alpaca’s en lama’s. Hoe dat gaat, lees je bij UBN aanvragen.
- Doe de melding. Bij een schaap of geit doe je binnen 7 kalenderdagen na de aankomst een aanvoermelding in I&R (identificatie en registratie: je dieren merken en registreren bij RVO). Bij een rund is dat binnen 3 werkdagen. Een varken meld je binnen 2 werkdagen bij een databank. Blijft een paard, pony of ezel 30 dagen of langer bij je, dan doe je binnen 7 kalenderdagen een aanvoermelding. De vorige houder meldt dat het dier weggaat.
- Regel het vervoer. Bij het vervoer van schapen, geiten en varkens hoort een vervoersdocument. Een varken mag alleen worden vervoerd van en naar een adres met een UBN.
Alle regels voor de overdracht, ook voor vervoer en dieren uit het buitenland, staan op een dier overnemen of overdragen.
Kippen adopteren
In de asielen van de Dierenbescherming zitten geregeld kippen. Vooral hanen worden vaak afgestaan. Ook kun je via een organisatie hennen uit een legbedrijf overnemen. Houd minstens twee kippen. Heb je minder dan 250 stuks pluimvee, dan hoef je niet door te geven welke dieren bij je komen of weggaan. Lees meer bij kippen houden en kippen registreren.
Eenden en ganzen adopteren
Voor een eend of gans die je overneemt, wordt niet extra gefokt. Eenden en ganzen zijn groepsdieren: houd ze nooit alleen, maar samen met soortgenoten. Eenden tellen mee voor de grens van 250 stuks pluimvee, ganzen niet. Onder die grens hoef je niets te melden. In een zone rond een uitbraak van vogelgriep mag je geen vogels vervoeren. Lees meer bij eenden en ganzen houden.
Een schaap adopteren
Voor een schaap heb je een UBN nodig, ook als je er maar één houdt. Het schaap moet al gemerkt zijn voordat het vertrekt. Na de aankomst doe je binnen 7 kalenderdagen een aanvoermelding. Meer staat bij UBN aanvragen voor schapen en schapen houden.
Een geit adopteren
Voor een geit gelden dezelfde regels als voor een schaap: een UBN, 2 identificatiemiddelen en een aanvoermelding binnen 7 kalenderdagen. Ook de vorige houder doet een melding: dat de geit weggaat. Meer staat bij UBN aanvragen voor een geit en geiten houden.
Een koe adopteren
Koeien zijn kuddedieren en hebben contact met soortgenoten nodig: houd een koe niet alleen. Een rund dat je overneemt, heeft al 2 oormerken met hetzelfde levensnummer. Voor de aanvoermelding binnen 3 werkdagen heb je het UBN van herkomst, het levensnummer en de datum van aankomst nodig. Meer staat bij UBN aanvragen voor een koe en koe houden.
Een varken adopteren
Ook met één varken heb je een UBN nodig, en het varken draagt een oormerk. Je meldt de aankomst binnen 2 werkdagen bij een databank. Met een RE-status (de status voor hobbyhouders) heb je geen toestemming voor het vervoer nodig. Lees ook over een minivarken als huisdier. Meer staat bij hobbyvarken registreren en varken houden.
Een paard of pony adopteren
Neem een paard of pony alleen over met een geldig paspoort. De vorige eigenaar geeft je het paspoort bij de overdracht. Met het chipnummer kun je op de site van RVO zien of het paard bekend is in I&R. Paarden en pony’s worden gemiddeld 20 tot 25 jaar oud. Meer staat bij paard registreren en paard houden.
Een ezel adopteren
Ezels zijn sociale dieren: houd er minstens twee. Voor een ezel gelden dezelfde registratieregels als voor een paard: een paspoort, een chip en een aanvoermelding als hij bij je komt wonen. De wettelijke regels voor de verzorging van paarden gelden ook voor ezels. Lees meer bij ezel houden.
Een alpaca of lama adopteren
Voor alpaca’s en lama’s doe je geen meldingen in I&R, maar je hebt wel een UBN nodig. Het dier moet een chip hebben voordat het je locatie verlaat; die brengt alleen de dierenarts in. Bij aankomst noteer je in je eigen administratie het chipnummer, de datum en het UBN van herkomst. Meer staat bij alpaca registreren en alpaca houden.
Een konijn adopteren
In de asielen van de Dierenbescherming zitten veel konijnen, vooral konijnen die mensen in een opwelling hebben aangeschaft. Heb je nog geen konijn, dan plaatst de Dierenbescherming een konijn alleen samen met een ander konijn. Voor een konijn als huisdier heb je geen UBN nodig. Een jong konijn mag pas op een leeftijd van 6 weken weg van zijn moeder. Lees meer bij konijnen houden.
Een hert overnemen
Controleer of het een soort is die je mag houden: een damhert, edelhert of Chinese waterree. Herten leven in een kudde: houd ze in een groep, met veel ruimte. Bij een andere soort moet de vorige eigenaar je het bewijs geven dat het dier er al vóór 1 juli 2024 was. Je hebt een UBN nodig, maar je doet geen meldingen in I&R. Wel noteer je in je eigen administratie welke dieren bij je komen, binnen 3 werkdagen. Lees meer bij herten houden.
Een bijenvolk overnemen
Neem je een volk over van een andere imker, dan heb je een UBN nodig voor de plek waar het volk op 1 februari staat, de winterstalling. De overdracht zelf meld je niet bij RVO. Meer staat bij bijenvolk registreren en bijen houden.
Werk je met herplaatsing van dieren?
Ben je een organisatie zonder winstoogmerk die dieren op een ethische manier herplaatst, en wil je op deze pagina staan? Stuur dan een e-mail naar support@rodo.nl. De redactie controleert elke organisatie voordat we haar op deze pagina zetten.
We controleren de regels en leggen uit wat ze voor je betekenen. Voor advies over jouw situatie kun je terecht bij je dierenarts, je gemeente of een deskundig adviseur.
Veelgestelde vragen
Kun je kippen adopteren?
Ja. In de asielen van de Dierenbescherming zitten geregeld kippen, en vooral hanen worden vaak afgestaan. Er zijn ook organisaties die hennen uit legbedrijven een nieuw thuis geven. Houd altijd minstens twee kippen. Met minder dan 250 stuks pluimvee hoef je niet door te geven welke dieren bij je komen.
Wat moet je regelen als je een schaap of geit adopteert?
Vraag eerst een UBN aan bij RVO voor de plek waar het dier komt. Het dier moet 2 identificatiemiddelen dragen. Na de aankomst doe je binnen 7 kalenderdagen een aanvoermelding in I&R, en bij het vervoer hoort een vervoersdocument.
Heb je een UBN nodig als je een dier adopteert?
Voor runderen, varkens, schapen, geiten en paardachtigen altijd, ook als je één dier als hobby houdt. Ook voor herten, alpaca’s, lama’s en bijen heb je een UBN nodig. Vraag het aan voordat het dier komt. Voor kippen onder de 250 stuks pluimvee en voor konijnen als huisdier heb je geen UBN nodig.
Waar let je op als je een paard of pony adopteert?
Neem een paard alleen over met een geldig paspoort, en kijk of het chipnummer in het paard gelijk is aan het nummer in het paspoort. De vorige eigenaar geeft je het paspoort bij de overdracht. Houd een paard nooit helemaal alleen: het heeft dagelijks contact met andere paarden of pony’s nodig.
Kun je één konijn adopteren?
Bij de Dierenbescherming niet als je nog geen konijn hebt: daar plaatsen ze een konijn alleen samen met een ander konijn. Konijnen zijn groepsdieren en hebben een soortgenoot nodig. Een UBN heb je voor een konijn als huisdier niet nodig.